Een verlaagd plafond is een tweede plafond dat onder het oorspronkelijke is gehangen. In de jaren zestig en zeventig gebeurde dat vaak om een hoge kamer gezelliger te maken, om leidingen weg te werken of om een oud plafond met scheuren uit het zicht te halen. Tegenwoordig wordt het gedaan voor inbouwspots en een strak vlak.
Voor isolatie is zo'n plafond gunstig. Tussen het oude en het nieuwe plafond zit een ruimte die meestal leeg is. Die ruimte is precies de plek waar isolatie hoort: aan de kamerkant zit een gesloten plaat, erboven de koude of de buren. Vullen is genoeg.
Heeft u een verlaagd plafond?
U herkent het aan een plafond dat lager hangt dan in de rest van het huis, soms met een rand of een schaduwvoeg langs de muren. Bovenkanten van ramen die net onder het plafond verdwijnen, zijn ook een teken. Klop erop: een verlaagd plafond klinkt hol over het hele vlak, niet alleen tussen balken.
Een spot of een lamp geeft zekerheid. Haal de spot uit het plafond en kijk met een zaklamp naar boven. Ziet u daar het oude plafond, of de balken, met lucht ertussen, dan is er een holte. Meet de afstand tot het oude plafond: dat is de dikte van de isolatielaag die erin kan.

Zo isoleren we de ruimte erboven
We boren gaten in het verlaagde plafond, verdeeld over het vlak, en blazen de ruimte vol met cellulose. Omdat de ruimte boven een verlaagd plafond vaak één open vak is, of een paar grote vakken tussen de draagprofielen, hebben we minder gaten nodig dan bij een plafond tegen balken. Daarna sluiten we elk gat met een kurk of prop en reparatiemortel en werken we het plafond af.
Is de ruimte 14 cm of dieper, dan haalt de laag de Rd-waarde van 3,5 die de ISDE vraagt. Bij de standaardlaag van 16 cm is de Rd-waarde 4,21. Is de ruimte veel dieper, dan vullen we niet alles: een dikkere laag spreken we vooraf af.
Wanneer het niet zomaar kan
Een verlaagd plafond is meestal eenvoudig, maar er zijn uitzonderingen waarbij we eerst kijken:
- Het plafond is een systeemplafond met losse tegels. Die tegels houden geen isolatie tegen; zie gipsplaat en systeemplafond.
- Boven het verlaagde plafond lopen ventilatiekanalen of een afzuiging. Die mogen niet dicht en blijven vrij.
- De ruimte erboven grenst direct aan een plat dak. Dan beoordelen we eerst de opbouw van het dak.
- Het verlaagde plafond is in een huis van voor 1994 gehangen met platen waarvan niet bekend is waar ze van zijn. Asbest in plafondplaten kwam voor; boren doen we pas als dat duidelijk is.
- Er hangen zware lampen of een plafondventilator aan het verlaagde plafond. Dat is geen bezwaar, maar we willen het vooraf weten.
Inbouwspots in een verlaagd plafond
Spots en isolatie gaan samen, als de spot ruimte houdt. Een spot die warm wordt, mag niet onder de cellulose verdwijnen. We houden de isolatie bij de spots weg of zetten er een kap op. Halogeenspots krijgen altijd een kap; bij ledspots is dat ook verstandig. Meer daarover staat bij lampen, spots en leidingen.
Wilt u de spots meteen vervangen of anders verdelen, doe dat dan vóór het isoleren. Een spot verplaatsen in een gevuld plafond kan, maar het is meer werk.
Isoleren of eerst het verlaagde plafond eruit?
Soms twijfelen mensen of het verlaagde plafond niet beter weg kan, zodat de kamer weer hoog wordt. Dat is een keuze voor de ruimte, niet voor de isolatie. Haalt u het weg, dan ziet u het oude plafond terug, met alle scheuren die er misschien de reden voor waren. Isoleren wordt dan ook ingewikkelder, omdat de holte weg is.
Wilt u het verlaagde plafond houden, dan is inblazen veruit de goedkoopste en snelste manier. U verliest geen hoogte, de kamer is na één werkdag weer bruikbaar en de rommel blijft beperkt tot het afdekken en de gaten.
